Vrijdagavond, iets na zes. Ik had een drukke werkweek achter de rug en eigenlijk wilde ik maar één ding: mijn schoenen uitschoppen, iets bestellen om te eten en de rest van de avond op de zetel hangen.
Maar mijn sporttas stond al klaar.
Een vriendin had me overgehaald om mee te gaan naar een spinningles in het fitnesscentrum. Ze deed dat al maanden en verzekerde me dat het echt iets voor mij was.
Ik had mijn twijfels.
Een uur fietsen in een zaal, met luide muziek en een instructeur die voortdurend roept dat je harder moet trappen? Het klonk niet meteen als mijn ideale vrijdagavond.
Toch ben ik meegegaan.
En hoewel ik na die eerste les amper nog de trap af geraakte, vond ik het verrassend plezant.

De sfeer maakte het verschil
Wat ik me vooral herinner van die eerste spinningles, is de muziek.
Zodra de les begon, werd de verlichting gedimd en zette de instructeur een stevig nummer op. Iedereen begon te fietsen en binnen enkele minuten was ik volledig vergeten hoe druk mijn werkdag geweest was.
Ik kende niemand in de zaal, behalve mijn vriendin. Toch voelde het alsof we allemaal met hetzelfde bezig waren.
Soms moesten we de weerstand verhogen en deden we alsof we een steile beklimming op fietsten. Daarna volgde een sneller stuk waarin we ons tempo opvoerden.
Ik was kapot na afloop.
Maar op de een of andere manier had ik meteen zin om nog eens terug te komen.
Dat heb ik ook gedaan. Enkele maanden lang ging ik bijna iedere week.
Tot mijn werkuren veranderden.
Plots werd het bijzonder lastig om op tijd in de fitness te geraken. En als ik de les miste, moest ik wachten tot de volgende beschikbare sessie.
Daar baalde ik van, want ik had eindelijk iets gevonden wat ik echt graag deed.
Waarom ik uiteindelijk zelf een fiets kocht
Op een regenachtige zondag begon ik online naar spinningfietsen te kijken.
Ik schrok eerst van de verschillen in prijs. Er waren eenvoudige modellen, maar ook toestellen met grote schermen, uitgebreide trainingsprogramma’s en allerlei extra functies.
Ik wist één ding zeker: ik had geen behoefte aan een fiets die meer kostte dan een degelijke tweedehandsauto.
Voor mij moest het toestel vooral stevig zijn. Wanneer je wat intensiever fietst, wil je niet dat alles begint te wiebelen.
Ook het vliegwiel en de weerstand waren belangrijk. Ik wilde dat het trappen soepel aanvoelde en dat ik de intensiteit gemakkelijk kon aanpassen.
Uiteindelijk koos ik een spinning bike met een verstelbaar zadel en stuur, een stabiel frame en een eenvoudige weerstandsknop.
Ik heb hem eerst een paar weken in de logeerkamer gezet.
Daar stond hij eigenlijk niet goed. Het was er nogal donker en ik had het gevoel dat ik me iedere keer in een klein kamertje moest opsluiten om te sporten.
Nu staat de fiets in een hoek van de hobbyruimte, vlak bij een raam. Veel aangenamer.
Met muziek wordt twintig minuten ineens een feestje
Het duurde even voor ik mijn eigen manier van trainen vond.
In de fitness werd alles voor mij bepaald. De instructeur koos de muziek, gaf het tempo aan en zei wanneer we de weerstand moesten veranderen.
Thuis moest ik dat zelf doen.
De eerste keren fietste ik gewoon wat aan één stuk. Dat was prima, maar ik miste de afwisseling.
Daarom maakte ik een afspeellijst met muziek die ik graag hoor.
Ik koos nummers met een rustig begin, enkele stevige stukken en op het einde wat kalmere muziek. Geen ingewikkeld schema, gewoon iets dat prettig aanvoelde.
Tijdens een sneller nummer verhoog ik soms mijn trapfrequentie. Bij een ander nummer draai ik de weerstand wat hoger en blijf ik rustig maar krachtig trappen.
Ik fiets ook af en toe rechtstaand, al doe ik dat alleen wanneer ik voldoende controle heb en de weerstand goed staat.
Dat geeft meer variatie aan de training.
Voor ik het weet, zijn er vijfentwintig of dertig minuten voorbij.
Op dagen waarop ik weinig tijd heb, doe ik gewoon een kortere sessie. Liever een kwartier bewegen dan opnieuw een volledige week overslaan.

De dingen die niemand je vertelt
Een spinningfiets is niet hetzelfde als een gewone fiets waarmee je rustig naar de bakker rijdt.
Je zit meestal wat sportiever, de weerstand kan behoorlijk zwaar worden en bij sommige modellen blijven de pedalen door het vliegwiel verder bewegen wanneer je zelf minder kracht zet.
Daar moest ik in het begin rekening mee houden.
Ik heb mezelf aangeleerd om de weerstand geleidelijk op te bouwen en goed te weten hoe de noodstop werkt.
Ook de afstelling van het zadel en het stuur is belangrijk. Tijdens mijn eerste trainingen stond mijn stuur nogal laag. Ik zat daardoor helemaal voorovergebogen en dat voelde na een tijdje niet prettig.
Toen ik het wat hoger zette, zat ik een stuk comfortabeler.
Daarnaast onderschatte ik hoeveel ik zou zweten.
In een fitnesszaal is er meestal ventilatie voorzien. Thuis merkte ik al snel dat ik een handdoek en een fles water binnen handbereik moest houden.
En nog iets: een fiets mag dan weinig plaats innemen in vergelijking met sommige andere fitnesstoestellen, je moet er wel voldoende ruimte rond hebben om gemakkelijk op en af te stappen.
Niet iedere training moet een wedstrijd zijn
In het begin wilde ik iedere keer even intensief fietsen als tijdens de groepslessen.
Dat hield ik niet lang vol.
Na een drukke dag is mijn energie soms gewoon op. Wanneer ik mezelf dan verplicht om een loodzware training af te werken, verdwijnt het plezier.
Nu wissel ik af.
Soms fiets ik twintig minuten stevig door en probeer ik wat meer uit mezelf te halen. Andere keren hou ik de weerstand laag en beweeg ik gewoon rustig.
Ik heb zelfs dagen waarop ik tijdens het fietsen naar een interview luister in plaats van muziek.
Dat is misschien niet de klassieke spinningervaring, maar het werkt voor mij.
Mijn conditie is er gaandeweg op vooruitgegaan en ik merk vooral dat ik makkelijker langere inspanningen kan volhouden.
De weegschaal gebruik ik niet om mijn trainingen te beoordelen. Ik weet ondertussen dat bewegen veel meer oplevert dan alleen een bepaald getal.
Mijn favoriete moment van de week
Zondagochtend is ondertussen mijn vaste fietsmoment geworden.
Meestal staat de rest van het huis nog rustig op gang te komen. Ik maak een koffie, trek mijn sportkleren aan en zet mijn muziek klaar.
Dan fiets ik een halfuur.
Soms loopt het goed en voelt alles licht. Soms zijn mijn benen na tien minuten al vermoeid en doe ik het wat rustiger aan.
Maar achteraf ben ik bijna altijd blij dat ik begonnen ben.
Af en toe ga ik nog mee naar een echte spinningles. Die sfeer in de groep blijft bijzonder en een goede instructeur kan je net dat beetje extra motivatie geven.
Toch zou ik mijn fiets thuis niet meer willen missen.
Het fijne is dat ik niet langer afhankelijk ben van lesuren, beschikbare plaatsen of de afstand tot de fitness.
Ik kan sporten wanneer het mij uitkomt, op mijn eigen muziek en op mijn eigen tempo.
En op vrijdagavond? Dan kies ik tegenwoordig soms nog altijd voor de zetel en een afhaalmaaltijd.
Alleen heb ik dan meestal eerder op de dag al even gefietst.